Het drumstel is de
basis percussie uitrusting die gebruikt wordt in jazz bands, pop- en
rockbands, ...
Het wordt bespeeld door één persoon.
De moderne vorm van het drumstel kennen we sinds de late jaren '30.
De bas en snaar trom, en de cimbaal, zijn de vaste waarden van een drumstel.
Alle andere attributen worden toegevoegd naargelang de noodzakelijkheid.


De snaar trom
is een dubbel koppige trom.
De snaren bestaan uit strengen van draden die over het vel van de onderste
trommel kop worden gespannen.
Bij het bespelen krijgen we een scherpe ratelende klank.
De snaren kunnen op elk moment van het onderste vel worden afgespannen. Men
krijgt dan een holle klank.
De snaar trom wordt bespeeld met een harde trommelstok. Wanneer men ze
bespeeld met zachte borstel stokken
verkrijgt men een zacht ruisend geluid.

De hi-hat heeft twee cimbalen die
een fijne "chick" geven als ze tegen elkaar worden geslagen.
Dit tegen elkaar slagen gebeurd door middel van het pedaal van de hi-hat.
Dit geluid mengt zich mooi met de ritmes die op de rand van de cimbalen worden
geslagen.

Pauken of keteltrommen zijn de
belangrijkste percussie instrumenten in een orkest.
Ze worden in groep opgesteld, per 2,3,4 tot zelfs 5 pauken.
Pauken kunnen perfect worden afgesteld zodat ze dezelfde toonhoogte hebben als
het orkest.
Het vergt een grote bekwaamheid van de paukenspeler om de juiste toonhoogte te
verkrijgen.
Ook het geluidloos afstellen van de pauken tijdens een uitvoering is een
kunst.
Dit afstellen gebeurt met een pedaal. Het indrukken van het pedaal activeert
alles spanningsschroeven tegelijkertijd.
De mooiste klank verkrijgt men wanneer het vel op +/- 8 cm van de rand wordt
aangeslagen.

De afstelmeter is een mechanisme
dat de paukenist helpt om de pauk op de juiste toonhoogte te zetten voor hij
ze bespeeld. Hiermee is het snel veranderen van de toonhoogte van de pauk
tijdens een uitvoering mogelijk.

terug
naar instrumentenpagina
|
|