INSTRUMENTEN
HOME                        
Voor informatie over de verschillende instrumenten, klikt u op een van de desbetreffende knoppen

             

      

Onze harmonie bestaat uit een aantal houten en koperen blaasinstrumenten en een slagwerkgroep. De groep houtblazers bestaat uit de klarinetten, fluiten, hobo's en de saxofoons. De koperblazers zijn de trompetten, hoorns, trombones, baritons en bassen.
Er zijn dus verschrikkelijk veel muziekinstrumenten bij "St. Cecilia" vertegenwoordigd. Ze zijn er in allerlei soorten, maten en vormen. Maar één ding hebben ze allemaal gemeen: ze maken geluid. De instrumenten komen pas goed tot hun recht in het samenspel met andere muzikanten.
Elk muziekinstrument heeft zijn eigen moeilijkheden. Het moeilijke van blaasinstrumenten is dat de tonen niet voor het grijpen liggen maar dat de blazer deze zelf moet maken. Om het nader toe te lichten: Door het blazen wordt de lucht in trilling gebracht. Elke toon heeft exact zijn eigen aantal trillingen per seconde (frequentie), dat maakt het extra moeilijk. Vooral als je in orkestverband speelt moeten al die verschillende tonen precies zuiver op elkaar worden afgestemd.
De instrumenten worden ingedeeld naar de manier waarop ze in trilling worden gebracht. Bij muziekinstrumenten moet dus iets in trilling worden gebracht. We noemen dat de klankbron van het instrument. Hoe het geluid klinkt (de klankkleur van een instrument), is afhankelijk van de vorm van het instrument, het materiaal waarvan het is gemaakt en hoe je het instrument in trilling brengt. Muziekinstrumenten worden ingedeeld naar de manier waarop ze in trilling worden gebracht, anders gezegd: de manier waarop het geluid wordt geproduceerd.
We verdelen de muziekinstrumenten daarom in vier hoofdgroepen:

1. Slaginstrumenten
Slaginstrumenten worden tot klinken gebracht door erop te slaan. De klankbron is het vel of het instrument zelf. We onderscheiden daarom twee groepen:
•   met vel bespannen instrumenten  
•   zelfklinkende instrumenten

2. Blaasinstrumenten
De lucht in het instrument wordt door blazen in trilling gebracht. De klankbron is dus de trillende luchtkolom. Naarmate de buis van het instrument langer en/of wijder is, klinkt dit muziekinstrument lager.  We onderscheiden twee groepen:
•   Houten blaasinstrumenten.
•   Koperen blaasinstrumenten.


3. Snaarinstrumenten
Een gespannen snaar wordt in trilling gebracht. De klankbron is dus de snaar. De onderverdeling van deze groep instrumenten is afhankelijk van de wijze waarop je de snaar in trilling brengt (strijken, tokkelen of slaan). Er zijn drie groepen:
•   Strijkinstrumenten.
•   Tokkelinstrumenten.
•   Aangeslagen instrumenten.


4. Toetsinstrumenten
Eigenlijk is dit geen aparte groep, maar al deze instrumenten hebben één gezamenlijk kenmerk: het toetsenbord. Vaak zie je bij een toetsinstrument helemaal niet hoe het geluid gemaakt wordt, je drukt een toets in ..... en je hoort geluid. Daarom worden deze instrumenten ook wel ingedeeld bij een vijfde groep: de toetsinstrumenten, maar ....... eigenlijk horen al die toetsinstrumenten in een andere groep thuis, afhankelijk van de manier waarop het geluid wordt geproduceerd, kijk maar hieronder:
•   Bij de piano wordt een snaar in trilling gebracht door een hamertje met vilten kop (snaarinstrument).
•   Bij het klavecimbel komt een snaar in trilling door een pen die aan de snaar tokkelt (snaarinstrument).
•   Bij een pijporgel en accordeon wordt lucht in een buis in trilling gebracht (blaasinstrument).
•   Bij een synthesizer en keyboard wordt de klank elektronisch opgewekt (elektronische instrumenten).
•   Bij de celesta worden metalen staven door hamertjes aangeslagen (slaginstrumenten).
Bij al deze instrumenten hierboven begint de klankopwekking bij het indrukken van een toets. Wat er daarna gebeurd zie je meestal niet, maar het bepaald wel wát je hoort.